Vertellen

Waarom ik verteller geworden ben

Kinderen, jongeren en volwassenen hebben allemaal de behoefte om naar verhalen te luisteren.
“Nog één verhaaltje, alsjeblieft”, “Oom Geert, die kon pas vertellen”, “Ik herinner me nog goed juffrouw Klapwijk, uit de derde klas, die vertelde altijd vrijdags een verhaal”, “De nieuwjaarsrede van de directeur zette je meteen aan tot nieuwe ideeën”, “Ach kind vertel toch wat! Hier in het bejaardentehuis gebeurt zo weinig.”
Die behoefte aan vertelde verhalen is al zo oud als de wereld.
In de Westcar Papyrus (gedateerd tussen 2000 en 1300 voor Christus) werd het volgende gesprek opgetekend tussen de Egyptische koning Cheops en zijn zonen:
“Kent iemand een man die mij verhalen vertellen kan over de daden van de tovenaars?”
“De Koninklijke zoon Kahfra trad naar voren en zei: “Ik zal zijne majesteit een verhaal vertellen uit de tijd van onze voorouder Nebka ….”

Voor mijzelf waren dit goede redenen om verhalen te gaan vertellen.
Over een veelheid aan thema’s maak en maakte ik voorstellingen, en daarnaast lever ik in projecten een bijdrage aan het levendig houden van de vertelkunst.

Want, zoals Muriel Rukyser al zei: “De wereld is opgebouwd uit verhalen, niet uit atomen.”